Er zit iets tussen je tanden
‘Mooi hoor die groene salade tussen je tanden.’ Aan het woord is mijn vrouw net na het diner. Ze wijst me weer even fijntjes op mijn gebit dat als een magneet werkt op groen voedsel, pitten, noten en andere zaken die klem kunnen zitten. Snel vertrek ik naar de badkamer om te flossen, zodat ik weer kan lachen zonder dit soort vernederende opmerkingen te hoeven incasseren. Thuis is de plek waar je veilig bent en dit soort commentaar makkelijk kan geven en ontvangen. Ik ben blij dat iemand me af en toe even een letterlijke spiegel voorhoudt, want buiten de thuissituatie is dat niet altijd even makkelijk.
Boterham tussen mijn voortanden
Een paar jaar geleden at ik tussen de middag een smakelijke boterham met pasta. Het was van dat oerbrood waar de korst vol met pompoenpitten en ander nootachtig materiaal zit. Ik heb na die boterham een hele middag nog gesprekken gevoerd met cliënten en mijn tanden bloot gelachen. Eind van de middag ging ik naar het toilet om te ontdekken dat er nog een gedeelte van de boterham tussen mijn voortanden hing. Niemand had wat gezegd tegen mij. Waarschijnlijk vonden ze het zielig, maar of dat soort medelijden mij geholpen heeft is de vraag. Ik denk dat ik met nee moet antwoorden.
Toch herken ik het wel. Het gebeurt wel eens dat ik iemand tegenkom die vergeten is zijn gulp dicht te doen (vooral een mannelijk trekje dat evolutionair met ‘gemakzucht’ kan worden uitgelegd: waarom dichtdoen als je hem zo meteen toch weer open moet doen?) Vaak zeg ik er wat van, maar ik moet altijd een stuk schroom overwinnen om iemand erop te wijzen. Soms laat ik iemand ook maar lopen. Misdadig eigenlijk. Als het bij dit soort futiliteiten zoals een open gulp of een gebit vol maanzaad lastig is om iets te zeggen, hoe moeilijk is het dan wel niet om grensoverschrijdend gedrag kenbaar te maken?
Niet kunnen bespreken
Ik merk nog wekelijks de doorwerking van de uitzending van Boos over The Voice of Holland van 20 januari jl. Werkgevers en managers bellen me om te vragen of ik iets over mijn rol als vertrouwenspersoon kan vertellen aan het personeel. Bijna iedereen die ik spreek heeft de uitzending wel gezien en kent het nieuws van de dickpics van Overmars. Onlangs kwam daar ook de situatie van kamerlid Nilüfer Gündogan van Volt nog bij. De politica die op TV, gewapend met twee advocaten, haar gevecht aanging met melders van grensoverschrijdend gedrag. Je kunt dus wel zeggen dat het onderwerp leeft. In de gesprekken die ik heb met medewerkers gaat het altijd weer over het bespreekbaar maken van dit soort gedrag. Iedereen is het er wel over eens dat een aanranding, verkrachting, het sturen van dickpics nooit of te nimmer goedgepraat kan worden. Maar met dit soort gedrag heb ik als vertrouwenspersoon zelden tot nooit te maken. Het gaat juist om die dingen waarvan mensen zichzelf afvragen of het wel ongewenst is. Een hand op je schouder, een wijzende vinger, een opmerking die vernederend klinkt. Vaak willen mensen sparren om voor zichzelf te bepalen of het over een grens ging. Maar dan? Wat wil iemand ermee? Dan komt vaak het echte probleem naar boven. Veel mensen willen of kunnen het niet aangaan. Uit angst voor represailles, angst voor een onwerkbare situatie of angst voor überhaupt een reactie. Ook is er niet altijd vertrouwen in een hogere leidinggevende of HR. ‘Die zijn op de hand van de manager’ is een veelgehoorde uitspraak. Dus blijven mensen er soms mee rond lopen.
Zoenen na oud en nieuw
Er wordt te makkelijk geroepen dat alles bespreekbaar is. In een ideale wereld zou dat zo zijn, maar de praktijk is weerbarstig. Voor het Coronatijdperk stond er rond de jaarwisseling nog wel eens een artikel in de krant waaruit bleek dat werknemers niet door collega’s gezoend willen worden na nieuwjaarsdag. Dat zijn soms percentages die richting de helft van het personeel gaan. Het wordt echter vaak niet besproken. Sommige medewerkers nemen een vrije dag op om een zoen te vermijden. Anderen veinzen een opkomende griep of maken van hun arm een houten lat die de ander op afstand houdt. ‘Ik wil liever niet kussen na oud en nieuw’, blijkt lastig om uit de mond te krijgen. Corona heeft daar voor nu in ieder geval een streep door gezet, maar voor hoe lang?
Goed voorbeeld doet volgen
Directeuren en leidinggevenden hebben in mijn ogen een cruciale voorbeeldrol in het bespreekbaar maken van grensoverschrijdend gedrag. Goed voorbeeld doet volgen. Ik zie leidinggevenden die oprecht geïnteresseerd zijn in hoe ze op de ander overkomen, maar evengoed open een gesprek aangaan en ook zelf hun grenzen stellen waar nodig. Daarbij de ander uitnodigen dit ook te doen. Leidinggevenden die werk maken van een veilig werkklimaat, een melding serieus oppakken en meer willen weten van wat er speelt, hoor en wederhoor toepassen met oprechte interesse. Ze ontwikkelen een antenne voor misstanden en grijpen in waar nodig. Dan durven medewerkers vaak wel te uiten als er iets speelt.
Misschien zullen we nooit zo open zijn als dat we thuis zijn, maar kunnen we op het werk wel iets van thuis proberen te creëren. Ik wil er in ieder geval zijn om het gesprek op gang te brengen.
(Foto door Mikael Blomkvist via Pexels)
Hartelijke groeten,
Romhild Ruitenberg
Lees verder
Interne of externe vertrouwenspersoon
Kies je voor een interne of externe vertrouwenspersoon?Beleid vormen om een sociaal veilig klimaat in de organisatie te vormen, staat bij veel bedrijven hoog op de agenda. Daarbij komt ook de vraag langs of je een vertrouwenspersoon gaat aanstellen. Maar wat kies je...
Bij ons speelt dat niet
‘Bij ons speelt dat niet’ Het is een uitspraak die ik geregeld hoor wanneer ik kennismakingsgesprekken voer bij organisaties. Vaak in de context van sociale veiligheid. Er is dan het beeld dat mensen binnen de organisatie goed met elkaar omgaan – en dat beeld lijkt...

